Dit stukje beslaat twee dagen.
Donderdag 3 september zijn we om 05:45 opgestaan om de zonsopgang te bekijken bij “Mono Lake”. Dit is een van de oudste meren ter wereld en het water is 3x zo zout als het zeewater. In dit meer zijn mooie turfsteenpieken ontstaan. Om 07:00 zijn we richting Yosemite gereden. Al snel kwamen we bij “Bodie” een spookstad waar vroeger goud gevonden was. We moesten over een “Rough road”. Gelukkig vond de Buick dat geen probleem. Na dit leuke stadje gezien te hebben zijn we verder gereden.
We moesten omrijden via de Senora Pas. Deze pas gaat om Yosemite heen, is heel bochtig en heeft mooie uitzichten. De rit was de moeite waard. Bovenop de berg hadden we geluncht en de weg gevraagd aan wat locals. Iedereen had wel een idee daarover. Heel behulpzaam die Amerikanen.
We zijn via de CA-49 en de CA-140 Yosemite ingereden. We kwamen om 15:00 aan.
Het was meteen indrukwekkend toen we binnen reden. We zagen vrijwel meteen de rots “El Capitan”. Dit is één van de grootste rotsen uit één stuk ter wereld en is zo steil dat er alleen maar vogels wonen, of moedige bergbeklimmers.
We zijn meteen doorgereden naar “Camp Curry” waar ons tentje staat. Vlak daarvoor nog wel even afgekoeld in een beekje.
Op de parkeerplaats stond een hert. We dachten natuurlijk dat ie nep was, maar nee dat is natuurlijk doodnormaal. Snel wat foto’s gemaakt, ingecheckt en naar de tent gegaan. Het was een redelijk grote tent met drie bedden en een lampje. Naast de tent stond een “bear-proof locker waarin we alles moesten stoppen waar een geurtje aan zit, anders komt de beer langs om het op te halen. Dat kan nu natuurlijk nog steeds, maar hij weet de locker niet open te krijgen. In de auto mag je ook niets laten liggen anders kom je er ‘s ochtends achter dat er een beer in heeft gezeten, en dat is niet zo leuk. We hebben nog wat rondgekeken en zijn gaan slapen aangezien het een lange dag was.
De volgende dag, vrijdag 4 september, zijn we om half 9 gaan ontbijten en hebben we de bus gepakt naar “Happy Isles”. Van daaruit konden we de “Mist trail” lopen, een korte wandeltocht van zo’n 5km (Vernal Fall en terug), maar wel met een hoogte verschil van 300 meter. Dit was flink klimmen maar wel een geweldige tocht. Uiteindelijk kwamen we bij de “Vernal Fall”. Een mooie waterval waarvan je in het voorjaar letterlijk zeiknat wordt vanwege de nevel. Nu was het natuurlijk eind van de zomer en was hij vrijwel opgedroogt, maar nog mooi genoeg. Na de “Vernal Fall” konden we nog doorlopen naar de “Nevada Fall”. Maar hiervoor moest je nog 580m hoger klimmen en we wilden nog andere mooie plekjes bekijken. We besloten terug te gaan.
Hierna zijn we naar de “Lower falls” geweest. Deze waterval was compleet opgedroogd. Na wat rondwandelen zagen we nog een specht eikels in een boom stoppen. Was hartstikke leuk om te zien, hebben we natuurlijk ook een plaatje van en een filmpje.
Ondertussen was het al 14:00 en zijn we met de auto nog naar de “Tunnel View” gereden. Mooi uitzicht over de granietkliffen. Echter de watervallen die je ook zou kunnen zien waren… opgedroogd. Op een ander uitkijkpunt zagen we rook uit de bergen komen en vlogen er helicopters heen en weer. Dus van de brand hebben we nog wel wat “gezien”. Helaas konden we daardoor niet een aantal andere mooie punten bezoeken omdat de Tioga Pas gesloten was.
Morgen gaan we naar San Francisco, weer totaal wat anders dan al die natuur. Yosemite is mooier in het voorjaar, dus hier willen we nog wel eens naar terug. Hopelijk zien we vanavond nog een beer. Althans, als ie maar wel uit de buurt blijft
XOXO
